Een rotonde volg je altijd in tegenwijzerzin. Voor kinderen is het niet vanzelfsprekend om deze richting bij alle rotondes onmiddellijk correct toe te passen. Besteed hier dus voldoende aandacht aan.
Hoe doe je het goed?
Voor je aan de rotonde bent, kijk je linksom over de schouder naar achterliggers die je de pas kunnen afsnijden. Bij het oprijden van een rotonde geef je altijd voorrang aan de weggebruikers die reeds op de rotonde rijden. Kijk dus goed links. Als er een fietspad is op de rotonde, dan dien je dat te gebruiken. Is er geen fietspad, dan moet je op de rijbaan fietsen. Fiets in dat geval nooit uiterst rechts, maar maak jezelf goed zichtbaar. Telkens wanneer je een zijarm van de rotonde voorbij fietst, kijk je eerst linksom over de schouder naar auto's die achter je rijden en mogelijk de rotonde willen verlaten. Onmiddellijk daarna kijk je rechts de straat in naar auto's die de rotonde willen oprijden. Jij hebt in beide gevallen voorrang, maar tracht steeds oogcontact te maken met de bestuurders. Beter vertragen en je voorrang afgeven dan aangereden te worden! Geef een teken met je rechterarm als je de rotonde wilt verlaten. Zo volg je niet alleen de verkeersregels, maar voorkom je ook wrevel bij de bestuurders die wel degelijk rekening met je wilden houden.
Wanneer het fietspad echter buiten de eigenlijke rotonde ligt, dus op enige afstand ervan, heb je als fietser geen voorrang en moet je de afslaande voertuigen eerst laten passeren. De verkeerssituatie voor de fietser wordt dan meestal ingericht met fietsoversteekplaatsen, die best vergezeld worden van ‘omgekeerde driehoek'-borden en haaientanden.