Dit weekend berichtte de Britse krant The Times[1], Het Nieuwsblad en De Standaard over de blootstelling van fietsers aan fijn stof. Fietsers ademen vijf tot negen keer meer fijn stof in, aldus recent onderzoek van het VITO en de Universiteit van Hasselt.
Reden tot ongerustheid? “Absoluut niet” zegt Wim Depondt, voorzitter van de Fietsersbond. “We weten al langer dat fietsers bloot staan aan luchtverontreiniging. Maar het bijhorende gezondheidrisico wordt volledig geneutraliseerd door de lichaamsbeweging die gepaard gaat met fietsen”.
Fietsen heeft dus nog altijd een belangrijk gezondheidsvoordeel t.o.v. autoverplaatsingen. Wie regelmatig naar het werk fietst, is gemiddeld één dag per jaar minder ziek en ziet zijn mortaliteitkans met 40 procent dalen t.o.v. de autopendelaar. De maatschappelijke winst van fietsen loopt op tot 5000 euro per jaar.
Wie fietst, beweegt immers, wat o.m. het risico op hart- en vaataandoeningen dramatisch vermindert. Daarnaast staan automobilisten, in hun gesloten cabine, meer bloot aan andere schadelijke stoffen, zoals de kankerverwekkende benzenen.
Kind niet met het badwater weggooien
De Fietsersbond ridiculiseert de onderzoekresultaten zeker
niet. Bijvoorbeeld voor mensen met ademhalingproblemen is fijn stof bijzonder
problematisch.
Wim Depondt: “Maar uit het onderzoek afleiden dat we de fiets beter aan de kant zetten, is vanzelfsprekend een volstrekt verkeerde en perverse redenering. Minder fietsers betekent immers meer gemotoriseerd verkeer, net de voornaamste bron van het probleem. Neen, het is precies aan deze bron waar de uitdaging ligt”.
Voor de goede orde: de onderzoekers zelf pleiten evenmin om minder te fietsen.
De Fietsersbond pleit dan ook voor een krachtige en geïntegreerde aanpak van het fijn stof probleem. Strengere milieueisen, lagere maximumsnelheden, verminderd gemotoriseerd verkeer en meer vrijliggende fietsinfrastructuur vormen hierbij essentiële ingrediënten.