Fietsersbond blij met extra middelen, uitvoering blijft achillespees

16/11/2009

In de ‘De Zevende Dag’ kondigde Vlaams minister Hilde Crevits een budgetverhoging van 20 miljoen euro aan voor bijkomende fietsinfrastructuur. Het geld is voornamelijk bedoeld voor ongelijkvloerse kruisingen van fietspaden met de rijweg.

Een goede beleidskeuze, zo vindt Wim Depondt, voorzitter van de Fietsersbond. Deze investeringen vereisen relatief weinig onteigeningen en kunnen bijgevolg vrij snel gerealiseerd worden. Voor de fietsveiligheid vormen ze ongetwijfeld een meerwaarde.

De realisatie van de aansluitende fietspaden blijft evenwel de achillespees van het beleid. Op dit ogenblik is slechts een kwart van het Vlaamse functioneel fietsroutenetwerk gerealiseerd, een netwerk van 11 700 kilometer gericht op woon-werkverkeer, winkelen enz....
8100 kilometer wacht nog op een goed fietspad. Met het actuele aanlegtempo duurt het nog achtenveertig jaar voordat het hele fietsroutenetwerk werkelijkheid is. Achtenveertig jaar voordat de Vlaamse fietsinfrastructuur de gelijke is van onze noorderburen….

Geld vormt voor één keer niet het belangrijkste obstakel. De begrotingen van Vlaanderen en zijn provincies voorzien jaarlijks samen 70 miljoen euro voor fietspaden. Goed voor 330 kilometer fietspad. De realisatiegraad bedraagt slechts de helft.
Oorzaken van deze onderbenutting zijn:

  • de complexe onteigeningsprocedure,
  • ontbrekende investeringsverplichtingen voor gemeentebesturen,
  • te weinig beschikbare mankracht bij het Agentschap Wegen en Verkeer
  • en de veelvuldige koppeling van fietspadinvesteringen met een volledige herinrichting van de rijweg.

Deze dramatische situatie vereist niets minder dan een copernicaanse revolutie. Een loutere ‘optimalisatie’ van de huidige financierings- onteigenings- en realisatiemechanismen is onvoldoende.

  • De Fietsersbond pleit o.m. voor een grotere verantwoordelijkheid voor het Agentschap Wegen en Verkeer.
  • Aansluitend verdedigt de Fietsersbond systemen van ‘large scale tendering’, waarbij Vlaanderen de realisatie van meerdere grote fietspadprojecten uitbesteedt aan één enkel consortium, verantwoordelijk voor zowel planning als realisatie. Deze werkwijze biedt voordelen op het vlak van snelheid, kostprijs en mankracht vanwege het Agentschap.
  • Gemeenten en steden moeten investeringsverplichtingen opgelegd krijgen. Nu investeren sommige gemeenten te weinig in fietsinfrastructuur.
  • In bepaalde situaties moet Vlaanderen ook de bevoegdheid krijgen om fietspaden op gemeente- en provinciewegen aan te leggen of te verbeteren. Bij voorbeeld op wegen die een gemeentegrens overschrijden of wanneer een gemeente in gebreke blijft.  
  • De federale regering ten slotte, moet eveneens haar steentje bijdragen in de onteigeningsprocedure. Dit kan ze doen door vrijwillige onteigeningen financieel te stimuleren en meer mankracht op de onteigeningsdienst te voorzien.

Het pleidooi voor een dramatische koerswijziging is niet uit lucht gegrepen, willen we de kwalitatieve fietsinfrastructuur, waarop alle Vlamingen recht hebben, tijdig realiseren. Want over één ding is iedereen het eens: achtenveertig jaar wachten in onacceptabel voor elke betrokkene.